Integraties & automatisering

# Een preset integratie instellen

Koppel een ondersteund systeem met een kant-en-klare koppeling: kies het systeem en de functies, vul de inloggegevens in en stel het schema in.

Bijgewerkt 4 oktober 2026

**Wie kan dit:** Rolniveau 800 of hoger en het integratierecht.

Een preset integratie is een koppeling waarvan Transportial al weet hoe hij met het systeem moet praten, zoals een boordcomputersysteem, een boekhoudpakket of een mailserver. Je geeft alleen aan waar het systeem staat, hoe je inlogt en welke functies moeten draaien. Welke systemen in de lijst staan, hangt af van wat er voor je platform beschikbaar is.

## Voordat je begint

* Vraag het adres (URL) van het andere systeem en je inloggegevens op bij dat systeem of je leverancier: een gebruikersnaam en wachtwoord, een API-sleutel, een sleutel en geheim, of een account waarmee je toestemming geeft.
* Bepaal welke gegevens je wilt uitwisselen, bijvoorbeeld posities, activiteiten, planning of facturen.

## De integratie aanmaken

1. Open het zijmenu (☰, rechtsboven), kies **Integraties** en klik op **\+ Integratie aanmaken**.
2. Vul een **Naam** in, bijvoorbeeld de naam van het systeem.
3. Kies bij **Selecteer integratietype** de optie **Vooraf ingestelde integratie**.
4. Kies het systeem bij **Selecteer geïmplementeerde integratie**. De standaardwaarden ervan worden ingevuld.
5. Kies in het tweede keuzevak de functies die moeten draaien. Elke optie toont een korte beschrijving van wat hij doet, bijvoorbeeld posities ophalen of trips versturen.
6. Stel het schema in: kies een eenheid (**Seconden**, **Minuten**, **Uren** of **Dagen**) en vul een waarde in, bijvoorbeeld elke 5 minuten.
7. Controleer de **URL** en **Port** van het systeem. De poort is 443, tenzij je leverancier iets anders aangeeft.
8. Kies bij **Selecteer inlogmethode** hoe je inlogt en vul de velden in (zie hieronder).
9. Zet **Uit/Aan** op aan en klik op **Opslaan**.

## Inlogmethoden

Alleen de methoden die het gekozen systeem ondersteunt, worden aangeboden.

| Methode                         | Wat je invult                                                                                                                                                                         |
| ------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- |
| **Basis**                       | **Gebruikersnaam** en **Wachtwoord**.                                                                                                                                                 |
| **API-sleutels**                | De **API-sleutel** die je van het systeem hebt gekregen.                                                                                                                              |
| **Toegangs- & geheime sleutel** | Een toegangssleutel en een **Geheime sleutel**.                                                                                                                                       |
| **Bearer-token**                | Een token van het andere systeem.                                                                                                                                                     |
| **Headers**                     | Een of meer headernamen en -waarden. Klik voor elke header op **Header toevoegen**.                                                                                                   |
| Autorisatie met een account     | Sommige systemen gebruiken een inlogpagina in plaats van een wachtwoord. Klik op **Autoriseren**, log in bij het andere systeem en geef toegang. Daarna kom je terug in Transportial. |

## Opties van de koppeling

Sommige koppelingen tonen onder de inloggegevens een sectie **Opties**. Dat zijn extra instellingen die de koppeling accepteert, zoals welke gegevens worden meegenomen. Elke optie laat zien wat de integratie nu doet. Laat je een optie zoals hij is, dan houdt de koppeling haar eigen standaard aan. Is een optie alleen van belang voor bepaalde functies, dan staat dat erbij ("Alleen van toepassing als ingeschakeld: …").

## Draaien volgens een cron-schema

Kies voor meer controle **Cron** als eenheid van het schema. Vul een **Cron-expressie** in met vijf velden (minuut, uur, dag van de maand, maand, dag van de week) en een **Tijdzone**. Bijvoorbeeld `0 6 * * 1-5` draait op werkdagen om 06:00\. Onder de velden toont **Volgende uitvoeringen** wanneer de integratie zal draaien, zodat je de expressie kunt controleren.

## Berichtenkoppelingen

Bij koppelingen die berichten ontvangen (bijvoorbeeld chat- of berichtendiensten) toont het formulier een **Inkomende webhook-URL**. Kopieer die en vul hem bij de aanbieder in als webhook voor inkomende berichten. Berichten die daar binnenkomen, worden naar chats in Transportial geleid.

Ook de uitgaande e-mail van je platform gebruikt een preset integratie. Nadat je een SMTP- of Exchange-integratie hebt ingesteld, kiest een beheerder die in de sectie **Algemeen** van de platforminstellingen. Zie [Je omgeving configureren](/nl/help/platform-settings).

## Controleren of het werkt

Open na de eerste geplande run de integratie vanuit de lijst en bekijk de tabbladen **Logs** en **Verzoeken**. Zie [Een integratie bewaken](/nl/help/integration-logs).

## Gerelateerde artikelen

* [Andere systemen koppelen met integraties](/nl/help/integrations)
* [Een integratie bewaken](/nl/help/integration-logs)
* [Een integratie testen](/nl/help/integration-tests)
* [Boordcomputers registreren](/nl/help/board-computers)

## Nog steeds hulp nodig?

Ons supportteam beantwoordt graag al je vragen over Transportial.

[Contact met support](/nl/contact)[Een probleem melden](/nl/report-issue)

---
Canonical page: https://transportial.com/nl/help/set-up-preset-integration
