Integraties & automatisering

# Een workflow bouwen in de designer

Sleep stappen naar het canvas, verbind ze, stel triggers, voorwaarden, updates, berichten en wachttijden in, en gebruik waarden uit eerdere stappen.

Bijgewerkt 5 oktober 2026

**Wie kan dit:** De functie Workflows op je platform en rolniveau 300 of hoger.

De workflowdesigner toont een workflow als diagram. Links staat de lijst met **Stappen** die je kunt toevoegen, in het midden het canvas, en rechts de instellingen van de stap die je selecteert.

## De flow bouwen

1. Open een workflow, of maak er een aan vanuit de lijst **Workflows**.
2. Sleep een stap **Trigger** uit de lijst **Stappen** naar het canvas. Hier begint de workflow.
3. Sleep de volgende stap naar het canvas.
4. Sleep van het uitvoerpunt van de eerste stap naar het invoerpunt van de volgende om ze te verbinden.
5. Klik op een stap om rechts de instellingen ervan te openen.
6. Vul de **Stapnaam**, een optionele **Beschrijving** en de velden onder **Configuratie** in.
7. Herhaal dit voor elke stap. Sluit een tak af met een stap **Einde** waar de run moet stoppen.
8. Klik op **Opslaan** in de werkbalk.

Wil je een stap verwijderen, selecteer hem dan en klik op **Stap verwijderen** in het instellingenpaneel, of druk op Delete. Selecteer een verbinding en druk op Delete om die te verwijderen. Klik op **Sluiten** om het instellingenpaneel te verbergen, en op **Terug** om de designer te verlaten.

## Soorten stappen

| Stap                    | Wat hij doet                                                                                                                                                                                                    |
| ----------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- |
| **Trigger**             | Start de workflow. Kies het **Triggertype**: een geplande run met een **Cron-expressie** (bijvoorbeeld 0 \*/5 \* \* \* voor elke 5 minuten), of een gebeurtenis in Transportial met een **Triggergebeurtenis**. |
| **Voorwaarde**          | Controleert de gegevens met filters en gaat verder via de groene (waar) of rode (onwaar) uitgang.                                                                                                               |
| **Entiteit laden**      | Leest een record opnieuw, bijvoorbeeld na een wachttijd, zodat latere voorwaarden de actuele toestand zien.                                                                                                     |
| **Entiteit bijwerken**  | Wijzigt velden van een record.                                                                                                                                                                                  |
| **Entiteit aanmaken**   | Maakt een nieuw record aan. Latere stappen kunnen het gebruiken onder de **Naam resultaatvariabele**.                                                                                                           |
| **HTTP-verzoek**        | Roept een ander systeem aan met een **URL**, **Methode**, headers, body en **Authenticatie**.                                                                                                                   |
| **Bericht versturen**   | Verstuurt een bericht (zie hieronder).                                                                                                                                                                          |
| **Vertraging**          | Wacht een **Duur** in seconden, minuten, uren of dagen, of tot een datum.                                                                                                                                       |
| **TQL-query**           | Zoekt records op en slaat ze op in een variabele.                                                                                                                                                               |
| **Variabele instellen** | Slaat een waarde op voor latere stappen.                                                                                                                                                                        |
| **Log**                 | Schrijft een bericht met een **Logniveau** (INFO, WARNING of ERROR), handig tijdens het testen.                                                                                                                 |
| **Einde**               | Beëindigt de flow.                                                                                                                                                                                              |

## Opties van de trigger

* **Tijdzone**: wordt gebruikt voor tijdgebonden voorwaarden, zoals "alleen op werkdagen". Is dit leeg, dan wordt UTC gebruikt.
* **Werkdag begint om (uur)**: wanneer een werkdag begint voor die voorwaarden.
* **Ontdubbelen op (pad in triggerdata)** en **Ontdubbelvenster (minuten)**: voor gebeurtenistriggers. Sla een run over als dezelfde waarde (bijvoorbeeld het id van het record) binnen het venster al een run heeft gestart. Gebruik dit voor gebeurtenissen die bij elke positie- of sensorupdate afgaan.

## Een bericht versturen

Kies in een stap **Bericht versturen** bij **Versturen via**:

* **Berichtautomatisering**: draait de berichtautomatiseringen die je kiest, met de gegevens van de workflow.
* **Direct via een kanaal**: kies een **Kanaal**, eventueel een **Koppeling**, de **Ontvangers (één per regel)**, een **Onderwerp** en de tekst. Zet **Sla dit bericht over als er geen ontvanger is (in plaats van de run te laten mislukken)** aan als een ontbrekende ontvanger geen probleem is.
* **Antwoord in dezelfde chat**: plaatst de tekst in de chat waar het triggerende bericht bij hoort.

## Waarden uit de trigger en eerdere stappen gebruiken

In de meeste tekstvelden kun je waarden invoegen met expressies. Zet de veldnaam tussen `${` en `}`: bijvoorbeeld `${trigger.reference}` voor een veld van het record dat de workflow startte, of `${myVariable}` voor een variabele die een eerdere stap heeft ingesteld.

## Uitproberen

1. Voeg een stap **Log** toe op de plek waar je wilt zien wat er gebeurt.
2. Klik op **Opslaan** en daarna op **Uitvoeren** om de workflow één keer te draaien.
3. Klik op **Uitvoergeschiedenis** en open de run om te zien welke stappen zijn uitgevoerd en wat elke stap ontving en teruggaf.
4. Controleer of het resultaat is wat je verwacht, en zet de workflow daarna aan.

Een **Vertraging** van meer dan 30 seconden blokkeert niets: de run wordt geparkeerd en weer opgepakt als de wachttijd voorbij is.

## Gerelateerde artikelen

* [Werk automatiseren met workflows](/nl/help/workflows)
* [Berichten automatisch versturen met berichtautomatiseringen](/nl/help/message-automations)
* [Andere systemen koppelen met integraties](/nl/help/integrations)

## Nog steeds hulp nodig?

Ons supportteam beantwoordt graag al je vragen over Transportial.

[Contact met support](/nl/contact)[Een probleem melden](/nl/report-issue)

---
Canonical page: https://transportial.com/nl/help/workflow-designer
